|
Opiniestuk verschenen in De Standaard op 21 december 2009
Nooit waren de verwachtingen voor een klimaattop zo hoog gespannen,
nooit de uitkomst zo teleurstellend. De top werd een flop. Hopenhagen
een hoop ellende. Geen akkoord over de noodzakelijke vermindering in de
uitstoot van broeikasgassen, geen mechanismes om bosbehoud en
-bescherming te financieren, geen engagementen om ook in lucht- en
scheepvaart het energieverbruik en de uitstoot aan banden te leggen,
geen oplossingen voor de reserves aan "schone lucht" die sommige landen
hebben opgebouwd en die een echte vermindering van de uitstoot in de
weg staan... Alleen wat smartengeld voor de ontwikkelingslanden die
daarmee een stukje van de immense factuur kunnen betalen die het
verwoestend klimaat daar nu al achterlaat.
De kaarten leken nochtans goed te liggen. In de VS kwam een nieuwe president aan de macht met de belofte van verandering. De wetenschappelijke consensus was overweldigend. Energiereuzen beloofden klimaatneutraliteit tegen 2050 en ook autobouwers begonnen aan een bevrijdingstrijd die hen zou losmaken van fossiele brandstoffen. Private kapitaalfondsen stonden klaar om miljarden euro's en dollars in de nieuwe groene economie te pompen. De Europese Unie stoomde een eigen ambitieus energie- en klimaatpakket klaar en wou de eigen broeikasgasuitstoot tegen 2020 zelfs met 30% terugdringen als andere landen ook hun deel zouden doen. Japan zou zijn uitstoot tegen dan met een kwart verminderen. China en India verklaarden zich bereid de koolstofintensiteit van hun economie in te perken. En meer dan 100 regeringsleiders en staatshoofden zakten persoonlijk af naar Kopenhagen om een ambitieus akkoord in zijn definitieve plooi te leggen. Kortom, de wereld stond op een keerpunt. De mensheid leek het kleine kansenvenster te benutten om haar eigen lot in handen te nemen. Om nog voor 2020 de wereldwijde emissies te laten pieken om ze dan drastische af te bouwen zodat de broeikasgassen die zich in de atmosfeer opstapelen onder het niveau blijven dat de opwarming binnen de perken houdt. Het nieuwe akkoord leek het startschot te zullen worden van een duurzame kringloopeconomie die wel kopieerbaar is naar elders en later en die een groeiende wereldbevolking op een vreedzame en leefbare wijze kon insluiten.
Climacide
Maar de berg heeft een muis gebaard. Kyoto heeft geen vervolg gekregen. Door het uitblijven van een ambitieus en wettelijk bindend akkoord in Kopenhagen blijft onze koolstofverslaving ongemoeid, blijft een omgehakte boom meer waard dan een levende en klappen onze groene longen verder in. Onze planeet zal op verschroeiende wijze verder opwarmen, stormen en orkanen zullen in aantal en hevigheid toenemen, eilanden in de Stille Zuidzee zullen wegzinken onder de stijgende zeespiegel. De watertorens van de Himalya en Andes die miljoenen mensen van drinkbaar water voorzien verdwijnen ondertussen als sneeuw voor de zon, levensbedreigende ziektes krijgen een ruimer verspreidingsgebied, landbouwgronden verwoestijnen, oceanen verzuren, koraalriffen sterven af,... Kortom, het universele recht op een leefbare woonomgeving, op voedsel en drinkbaar water en op een goede gezondheid zal aan grote groepen mensen verstoken blijven. Een climacide dreigt. Grote groepen klimaatvluchtelingen zullen hun biezen pakken en elders heil zoeken, als ze daar al de kans toe krijgen.
Hoe moet het nu verder? Het besef groeit dat het model niet meer werkt. Kleine aanpassingen aan lang doorkauwde teksten leveren niet het resultaat op dat de wetenschap noodzakelijk acht. Met kleine stapjes vooruit spring je niet over een kloof. Zelfs niet als het stapjes in de goede richting zijn. De oude wereldorde lijkt dan ook niet langer in staat om nieuwe uitdagingen aan te gaan. De natiestaten zijn niet langer uitgerust om globale problemen aan te pakken. Sinds de Vrede van Westfalen, honderden jaren geleden, bekleden die natiestaten het hoogste soeverein gezag en kunnen ze niet gedwongen worden in globale vraagstukken hun verantwoordelijkheid op te nemen. Vrijbuitergedrag ligt dan altijd op de loer. Laat andere landen maar hun vervuiling terugdringen, hun bodemschatten onder de grond laten en het natuurlijk kapitaal onaangeroerd... de vrijbuiter profiteert daar even goed van zonder de eigen burgers en bedrijven te moeten storen. Als de kosten en baten van internationaal beleid dan nog eens ongelijkmatig zijn verdeeld - met in het klimaatdossier het Westen dat de grootste omschakelingskosten moeten betalen en het Zuiden dat het meest baat heeft bij de vermeden schade - wordt het pas echt moeilijk. Komt daar nog bij dat in internationale onderhandelingen de natiestaten zich samen zetten in tegennatuurlijke samenwerkingsverbanden. Neem nu de G77. Deze groep van ontwikkelingslanden onderhandelt samen klimaatakkoorden maar omvat naast echt armtierige landen - voor wie de strijd tegen de klimaatopwarming een kwestie van overleven is - oliewinnende landen als Saudi Arabië die geen enkele baat hebben bij het afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen.
Nieuwe institutionele architectuur
We moeten dan ook werk maken van een nieuwe institutionele architectuur voor het aanpakken van mondiale problemen zoals migratie, klimaatopwarming, uitputting van natuurlijke rijkdommen en aantasting van biodiversiteit, terrorisme of de instabiliteit van de financiële markten. Deze problemen mogen dan wel mondiaal zijn, ze zijn ook van "nationaal" belang omdat geen enkele natiestaat er immuun voor is en er zich van kan afschermen. Voor een duurzaam beheer van ons gezamenlijk werelderfgoed zullen natiestaten bewust een stuk van hun soevereiniteit moeten opgeven of "samenleggen" ten voordele van een "soevereiniteit van de mensheid". De VN moeten worden hervormd en steunen op de bouwstenen van politiek-economisch sterk geïntegreerde regio's (naar het voorbeeld van de EU) die samen een nieuwe G8 vormen. Deze regionale blokken kunnen met een mandaat van hun lidstaten multilaterale akkoorden onderhandelen. Zo'n getrapte besluitvorming zal beter werken dan de onderhandelingen vandaag tussen 200 landen in willekeurige groepen die niet over instrumenten beschikken om de gemaakte afspraken ook op regionaal niveau te vertalen. De nieuwe VN wordt geschraagd door een eigen administratie met initiatiefrecht (zoals de Europese Commissie binnen de EU) en een adviesraad bestaande uit multinationale niet-gouvernementele organisaties (MUNGO's).
Gelijk aardeaandeel
Net zoals het enkelvoudig algemeen stemrecht in de 20ste eeuw het vliegwiel vormde voor de uitbouw van de nationale welvaartstaat, moet vandaag een gelijk mondiaal milieugebruiksrecht de revolutionaire kracht vormen voor de ontwikkeling van de duurzame kringloopeconomie van de 21ste eeuw. Het eerste zorgde voor welvaartscreatie en -deling binnen staten, het tweede tussen staten. Het komt er nu op aan het principe van het gelijk aardeaandeel en de verdeling van verschillen die voortvloeien uit een ongelijke aanwending daarvan, in concrete mechanismen om te zetten. Daartoe moeten we de internationale emissiehandel die op basis van het huidige Kyoto-protocol in voege trad, omvormen tot een handel in broeikasgassen tussen landen waarbij de landelijke uitstootrechten worden bepaald op basis van een gelijk uitstootrecht per capita en afnemen in functie van de ecologische draagkracht (uitstootruimte nodig voor bereiken van een stabilisatie van CO2-concentraties in de atmosfeer die corresponderen met een gemiddelde temperatuurstijging van 2° C). De opbrengsten voor landen die in dergelijk regime uitstootrechten verkopen moeten we oormerken voor de financiering van duurzame investeringen. In dit systeem zullen industrielanden die een groter deel van de mondiale milieugebruiksruimte opeisen dan waar ze recht op hebben daarvoor juist zoveel betalen als wat ze uit de extra rechten aan extra opbrengsten kunnen halen. Ontwikkelingslanden verkopen die hoeveelheid die ze (nog) niet nodig hebben of sparen deze rechten op (als ze het met de compenserende prijs niet eens zijn). Ze krijgen als het ware een dividend op de meerwaarde die wij creëren met hun milieugebruiksruimte.
Zo'n systeem is veel eerlijker en doeltreffender dan de huidige emissiehandel. In plaats van uitstootplafonds vast te stellen op basis van de onderhandelingsmacht van landen, worden ze vastgesteld op basis van het principe dat elke wereldburger evenveel recht heeft op het gebruik van de schaarse uitstootruimte voor broeikasgassen of van de voordelen die samengaan met een ongelijke verdeling ervan. In plaats van de opbrengsten van de verkoop van emissierechten te laten verdwijnen in een of andere cleptocratie (zoals bij de verkoop van Russische "schone lucht"), worden deze aangewend voor investeringen in een duurzame energievoorziening. Opkomende economieën worden daarbij niet langer verleid om in afwachting van eigen internationale verplichtingen de vervuilende koolstofintensieve industrieën uit industrielanden aan te trekken (wat alleen maar tot verschuiving in plaats van vermindering van uitstoot leidt), maar aangezet om meteen schoon te ontwikkelen. Zij gaan haasje-over springen en meteen investeren in koolstofvrije technologieën, steden ontwikkelen op openbaar vervoersassen, een energievoorziening uitbouwen op basis van lokale en hernieuwbare systemen,... De technologie daarvoor wordt ontwikkeld door industrielanden die door de koolstofprijs daartoe worden aangezet.
Wie de laatste dagen in Kopenhagen het ontvolkte en zielloze Bella-congrescentrum vergeleek met de strijdvaardige sfeer die heerste op het Klimaforum waar de parallelle burgerconventie plaatsvond, beseft dat de wereldbevolking klaar is voor dergelijke revolutie. Voor een voorspoedige, vreedzame en koolstofarme toekomst in een klimaatveilige wereld.
Bart Martens
Vlaams volksvertegenwoordiger sp.a vanuit Kopenhagen
|