Advertisement
   Doorzoek de site
   
1: Home3: Energie4: Milieu5: Antwerpen6: Columns7: Over Bart8: e-zines9: Downloads11: Foto's

Groen Keynesianisme: contradictie of kans? Nu de fall-out van de financiële crisis in de reële econ Afdrukken E-mail
31/10/2008

Verschenen in De Morgen - 31/10/2008

Nu de fall-out van de financiële crisis in de reële economie steeds duidelijker wordt, maken de klassieke Keynesiaanse redeneringen voor het voeren van een anticyclisch beleid terug opgang. In het kielzog van het stimuleringsplan dat Roosevelt lanceerde tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig, brak VN secretaris-generaal Ban Ki-Moon vorige week een lans voor een Groene New Deal (De Morgen van 23/10/2008). De contouren van zo'n groen stimuleringsbeleid werden vastgelegd in het 'Initiatief Groene Economie' dat vorige week door het milieuprogramma van de VN met de hulp van Duitsland, Noorwegen en de Europese Commissie werd uitgebracht. In Vlaanderen lanceerde onze ministers Frank Vandenbroucke en Kathleen Van Brempt het plan om met snelle en slimme investeringen de impact van de financiële crisis op de rest van de economie in te perken. Ze pleiten voor het maximaal benutten van de beschikbare middelen voor de versnelde sanering van vervuilde bedrijventerreinen, het invoeren van een verzekering gewaarborgd wonen en het verstrekken van kapitaal voor risicodragende investeringen. Met een voluntaristisch investeringsbeleid zou de overheid tegengas kunnen geven en kapitaal kunnen verstrekken dat de commerciële financiële instellingen, die hun vergiftigde activa versneld moeten afschrijven en balansen terug moeten opkuisen, niet langer kunnen of durven aanbieden. Overheidsinvesteringen moeten deels de weggevallen vraag compenseren die veroorzaakt wordt door de uitgestelde investeringen van bedrijven en gezinnen van wie het vertrouwen in de economie tot een triest dieptepunt is gezakt.

Hebben we zulke Keynesiaanse antwoorden niet al eens eerder gehoord? Jawel. Begin jaren '90 pakte Europees commissievoorzitter Jacques Delors uit met een heus Witboek dat met royale overheidsinvesteringen in mega-infrastructuurwerken een relance van de economie wou op gang brengen en miljoenen Europeanen aan de slag wou helpen. De Keynesiaanse aanpak van Delors' Witboek leverde echter niet op wat ervan werd verwacht. Ten eerste werd het plan maar gedeeltelijk uitgevoerd. Ten tweede zorgde de sterke focus op de realisatie van grote (wegen)infrastructuurwerken voor een groei die ten koste ging van het milieu en een twijfelachtige impact had op het creëren van bijkomende jobs. De verbeterde infrastructuur stelde bedrijven immers in staat om hun productiecentra en distributiecentra geografisch te concentreren en te automatiseren en het productieproces in stukjes te kappen en ruimtelijk uiteen te leggen (vaak met verschuiving van arbeidsintensieve activiteiten naar de lage loonlanden). De netto creatie van duurzame jobs viel hierdoor eerder ondermaats uit. De centralisatie van de distributie in Europese Distributiecentra van waaruit heel de Europese markt - per vrachtwagen just-in-time - moest worden bediend, zorgde bovendien ervoor dat een zelfde handelsvolume met veel meer vrachtkilometers werd afgewikkeld. De bedrijfskosten van het voorraadbeheer namen af, terwijl de overheid de kosten van de nieuwe voorraadkamers (de wegen) voor haar rekening nam.  

Ten tweede botste het plan ook op de budgettaire en monetaire perken van het Stabiliteitspact waardoor het volledige plan van Trans Europese Netwerken nooit volledig werd gerealiseerd. Een volledige realisatie zou trouwens "slechts" 800.000 blijvende banen opleveren (EC, DGII, The likely macroeconomic and employment impact of investments in the trans-European transport networks, Commission Staff Working Paper, november 1996). Het werkgelegenheidseffect van de invoering van economisch verantwoorde milieuheffingen met aanwending van de opbrengsten voor een loonlastenverlaging werd destijds berekend op meer dan 2 miljoen extra banen (Vleugels I, Tewerkstellingseffecten van milieubeleid. Een literatuurstudie, HIVA, 1996).

Vandaag hebben we nood aan een relancebeleid dat werkt voor het milieu in plaats van ertegen. Waarom? Omdat het ongemoeid laten van de klimaatcrisis de economische en sociale crisis alleen maar erger zal maken. Een Europees investeringsbeleid in het onderzoek, de ontwikkeling en verspreiding van schone technologieën en hernieuwbare energie voorkomt een veel hogere factuur later. Het gezaghebbend rapport van de Britse econoom Sir Nicolas Stern rekende ons voor dat de schadekost van de ernstige klimaatwijzigingen zo'n 10 keer hoger zal liggen dan de kost van de maatregelen om deze te voorkomen (5 tot 20% van het bruto binnenlands product tegenover 1% voor de noodzakelijke klimaatinspanningen). Investeringen in een koolstofarme economie helpen bovendien onze afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen afbouwen. Juist die afhankelijkheid zorgde samen met de stijgende energieprijzen op de internationale markten voor een gigantische cashflow vanuit Europa naar de olieproducerende landen. Een ambitieus Europees energie- en klimaatbeleid dat investeert in hernieuwbare energie en zuinige producten en processen kost uiteraard ook veel geld, maar het zijn wel miljarden die binnen de Europese economie worden geïnvesteerd. Dit is het échte verankeringsbeleid. Energiezuinige woningen, efficiënte voertuigen en jobs in duurzame, toekomstgerichte sectoren die de producten van de toekomst leveren, maken onze gezinnen weerbaar tegen de bokkensprongen van de energieprijzen op de internationale markten en openen voor onze bedrijven gigantische exportmarkten. Zowel onze koopkracht als onze concurrentiekracht zullen op termijn wel varen bij een doortastend Europees gecoördineerd Keynesiaans beleid. Dat geldt ook voor een land als België dat verhoudingsgewijs meer energie-intensieve industrie huisvest en minder natuurgegeven mogelijkheden heeft voor de productie van hernieuwbare energie. Uit een recente studie van het Federaal Planbureau blijkt dat de realisatie van de Europese klimaatdoelstellingen in ons land netto 25.000 extra jobs kan opleveren als we onder meer de opbrengsten van de veiling van emissierechten aanwenden om de loonlasten te verlagen. Op wereldvlak schat men dat de koolstofarme economie tegen 2050 wereldwijd 3.000 miljard dollars per jaar waard is en meer dan 25 miljoen mensen zal tewerkstellen.

Kortom: de Keynes die we vandaag nodig hebben ziet er anders uit dan de oude Keynes en de variant erop die begin jaren '90 werd bepleit. Enkel een groene Keynes kan tegelijk een antwoord bieden aan de economische recessie, het jobtekort, de voedselschaarste, de stijgende energie- en grondstoffenprijzen, het onrustwekkend verlies aan natuurlijk kapitaal en de opwarming van het klimaat. De Trans Europese Netwerken waar Europa vandaag in moet investeren, zijn de energienetwerken van de toekomst. Zo kan de aanleg van een hoogspanningsnet op de bodem van de zee de ruggengraat vormen die de offshore windmolenparken met de Scandinavische waterkrachtcentrales verbindt. Op die manier ontstaat in de Noordzee één soort gigantische elektriciteitscentrale van waaruit stabiele hernieuwbare elektriciteit kan afgenomen worden en waarbij de Scandinavische waterkrachtcentrales dienst doen als back-up (in windstille periodes) en opslag (bij overaanbod van windstroom). Op Vlaams niveau moet het elektriciteitsnet evolueren van een net dat stroom van enkele grote centrales over grote afstanden naar de duizenden afnemers transporteert, naar een soort ‘internetstructuur' waarvan de gebruikers niet alleen energie kunnen afnemen, maar ook kunnen opzetten. In een slim netwerk zal een toenemend aantal milieuvriendelijke decentrale productie-eenheden stroom leveren. Zo zullen gezinnen en bedrijven met hernieuwbare energie-installaties of (micro)warmtekrachtkoppeling grotendeels zelf hun stroom en warmte produceren en het net gebruiken voor het uitwisselen van overschotten en tekorten. "Slimme meters" moeten straks slimme toestellen op zo'n manier kunnen sturen dat ze op momenten van piekvraag energie opwekken (warmtekrachtinstallaties) en in dalperiodes stroom afnemen (wasmachines, diepvriezen, inplugbare wagens). Dat garandeert een netevenwicht met veel minder reservecapaciteit. In zo'n model wordt onze stroommarkt niet langer gedomineerd door enkele dominante spelers. Het net wordt publiek domein. Onze energiemarkten worden "gedemocratiseerd" en lokken vele investeringen uit in duurzame energieopwekking en energiebesparing ("Negawatts"). Of hoe een groen investeringsbeleid niet alleen leidt tot de door Keynes gewilde actieve overheid op korte termijn, maar tegelijk ook zorgt voor lange termijn ecologische duurzaamheid.

Bart Martens
Vlaams volksvertegenwoordiger en senator sp.a

< Vorige   Volgende >


1: Home / 3: Energie / 4: Milieu / 5: Antwerpen / 6: Columns / 7: Over Bart / 8: e-zines / 9: Downloads / 11: Foto's