|
Het is druk op de werf van Olkiluoto, het eilandje voor de westkust
van Finland waar de jongste kerncentrale van het land in de steigers
staat. Er wordt getimmerd, geboord en gelast. Hoge hijskranen staan
klaar om zware stoomgeneratoren in de betonnen sarcofaag van de
kerninstallatie te schuiven.
De nieuwe centrale lijkt
wel een toren van Babylon. Behalve Fins weerklinkt er Pools, Duits,
Frans en vele andere talen. In totaal zijn er 3.800 werknemers aan de
slag. Daarmee is de bouwwerf een van de grootste van Europa. De
kerncentrale in opbouw is er dan ook een hors catégorie. Met een
vermogen van 1.650 megawatt wordt de nieuwe kerninstallatie de grootste
ter wereld.
Olkiluoto 3 is de eerste reactor in
aanbouw sinds de kernramp van Tsjernobyl in april 1986. Voor de Franse
constructeur Areva, een van de belangrijkste producenten in de
atoomenergiesector, is dit niet zomaar een mammoetproject, maar een
showcase van zijn eigen kunnen. De nieuwe centrale is het eerste
exemplaar van de zogeheten 'derde generatie'.
Op het
bouwterrein in Olkiluoto somt Arevadirecteur Jean-Pol Poncelet, in een
vorig leven minister van Defensie in België, de voordelen van de nieuwe
kerncentrale op, die EPR (European Pressurised Reactor) heet. Geen
CO2-uitstoot, evenveel vermogen als de twee kerncentrales die al in
Olkiluoto staan samen, en een hogere efficiëntie. Ze is ook veiliger en
bestand tegen inslagen van vliegtuigen. En mocht bijvoorbeeld de
reactorinhoud smelten, dan zakt de gloeiende massa niet door de vloer,
zoals bij de vorige generatie centrales, maar landt ze in een betonnen
vat met water, de zogenaamde core catcher. Daarnaast is het
veiligheidssysteem van de centrale in viervoud uitgevoerd en in
evenveel aparte gebouwen ondergebracht. Poncelet benadrukt hoe
belangrijk de opdracht is voor Areva. "We willen aantonen dat we klaar
zijn voor de bouw van een nieuw type centrale", zegt hij.
Te optimistisch
Maar
dat wordt een bijzonder zware klus. Want sinds de eerste steen van de
centrale in 2005 werd gelegd, is er al heel wat fout gelopen. De
oplevering, aanvankelijk voorzien voor midden 2009, is al verschillende
keren uitgesteld. Teollisuuden Voima Oyj (TVO), de Finse
elektriciteitsproducent die de Olkiluotosite uitbaat, verwacht dat de
kerncentrale in 2012 in gebruik zal worden genomen. Maar zeker is dat
niet. Mogelijk levert ze pas in 2013 haar eerste stroom.
Tal
van niet-gouvernementele organisaties hebben al hun tanden gezet in het
megaproject. Niet het minst Greenpeace, dat van de Olkiluotocase het
speerpunt maakt van zijn campagne tegen de nucleaire industrie. De
milieuorganisatie spreekt van meer dan 2.300 constructiefouten. De
veiligheidsvoorschriften zijn maandenlang met de voeten getreden zonder
dat de Finse autoriteiten daar op de hoogte van waren. Volgens
Greenpeace zagen die zich herhaaldelijk verplicht om in te stemmen met
de plaatsing van foute componenten, omdat de installatie van nieuwe
stukken te veel tijd of te veel geld zou kosten.
Petteri
Tiippana, vicedirecteur van het Stuk, de Finse waakhond van de
atoomindustrie, schetste onlangs een problematisch beeld van de nieuwe
installatie. "Het probleem met Areva is dat de maatschappij haar
deskundigheid volledig kwijt is. Het is ondertussen al twintig jaar
geleden dat in Europa de laatste nucleaire installatie werd gebouwd.
Bovendien is de EPR een nieuw type reactor. Finland is een testcase.
Areva leert zijn stiel door deze job te doen. Het bedrijf was veel te
optimistisch, deed beloftes die het niet kon houden en is te snel
willen gaan omdat het dit project als uithangbord voor de hele wereld
wil gebruiken."
Het lijkt er dus sterk op dat Areva
blufpoker speelt. Osmo Kaipainen, baas van Areva in Finland,
relativeert de kritiek. "Je weet nooit hoeveel tijd je precies nodig
hebt om een nieuwe centrale te bouwen. Veiligheid komt voor alles. Dat
is de les die we geleerd hebben uit de rampen in Tsjernobyl en op Three
Miles Island", zei hij deze week tegen een Belgische delegatie met
vertegenwoordigers van het Nucleair Forum (de koepel van de Belgische
nucleaire sector, JCS), volksvertegenwoordigers en media.
Payback time
Door
de vertraging loopt de factuur fors op. Het hele project zou al 5,5
miljard euro kosten en vermoedelijk loopt die kostprijs nog verder op.
De Finnen liggen er voorlopig niet wakker van. De publieke opinie is
pro kernenergie. Het land sukkelt al jaren met een tekort aan stroom.
In de barre wintertijden is de vraag danig groot dat op piekmomenten de
stroomprijs tijdelijk oploopt tot boven het astronomische bedrag van
1.000 kilowatt per uur of meer. Door nieuwe kerncentrales te bouwen
proberen ze daar nu een mouw aan te passen. Finland heeft er al vier en
mogelijk komt er voor de zomer groen licht voor de bouw van nog twee
reactoren. Het alternatief is dure stroom aankopen, vooral in Rusland.
Dat doen de Finnen liever niet. Daarvoor ligt de geschiedenis - Finland
maakte tot 1917 deel uit van Rusland - nog te vers in het geheugen.
Maar
daar kunnen ze nog spijt van krijgen, wanneer straks het hele project
wordt opgeleverd. TVO onderhandelde met Areva een vaste prijs van 3
miljard euro en de maatschappij zegt dat ze geen euro meer zal betalen.
Maar daar zijn ze bij Areva niet zo zeker van. "Er is al met miljarden
gegooid. Op dit moment is Olkiluoto niet rendabel, maar payback time
begint pas zodra er stroom wordt geleverd. Vraag is hoeveel verlies
elke partij voor haar rekening zal nemen", aldus Arevabaas Kaipainen.
Het
prijskaartje kan nog gevoelig hoger. Wie kernenergie zegt, denkt ook
kernafval. De Finnen hebben er al een oplossing voor. Vierhonderd meter
onder de grond van Olkiluoto willen ze het hoogradioactief afval van de
centrale bergen. De site ligt op een vast gesteente, waar het safe zou
zijn om het afval op te slaan. Maar het project zit nog maar in zijn
beginfase. Een vergunning is er nog niet. Het prijskaartje wel: nog
eens 3 miljard euro.
Streep door de rekening
In
het buitenland worden de ontwikkelingen in Finland met argusogen
gevolgd. De voorbije jaren hebben tal van landen plannen gemaakt om
kernenergie een nieuwe kans te geven. In Groot-Brittannië, Italië, de
VS, China, Rusland en India liggen de tekentafels van de elektriciens
vol met plannen voor de bouw van nieuwe centrales. Alles bij elkaar
opgeteld zouden er in de komende twee decennia wereldwijd meer dan
tweehonderd nieuwe eenheden kunnen worden gebouwd. Zelfs Oekraïne,
thuisland van Tsjernobyl, heeft plannen voor de bouw van 22 nieuwe
reactoren.
Maar als het 'proefproject' van Areva in
Finland te duur uitvalt, dan dreigt een deel van die projecten in de
koelkast te geraken. Dat zou een stevige streep door de rekening zijn
van producenten van kerncentrales zoals Toshiba-Westinghouse, Rosatom,
Mitsubishi of GE-Hitachi. Areva, dat eerder dit jaar de duimen moest
leggen voor het Koreaanse consortium KHNP bij een megabestelling van
nieuwe kernreactoren in de Verenigde Arabische Emiraten, dreigt dan de
meeste commerciële schade op te lopen.
Zware dobber
Volgens Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Martens
(sp.a) staat er in Finland veel op het spel voor de nucleaire
producenten. "Het is erop of eronder voor de nucleaire industrie", zegt
hij. "Het gaat hier om een zeer kapitaalintensieve business die het
door de financiële crisis almaar moeilijker heeft om de nodige
budgetten tegen een aanvaardbare kostprijs bij elkaar te brengen. Het
is overduidelijk dat Areva zijn broek scheurt aan het nieuwe project in
Olkiluoto."
De redenen voor de hernieuwde
belangstelling voor kernenergie liggen nochtans voor de hand. Er is een
schaarste aan fossiele brandstoffen die de prijzen weer de hoogte zal
injagen. Tegelijk worden landen voor hun olie en gas afhankelijker van
politiek instabiele regio's als Rusland, het Midden-Oosten en
Venezuela. Daarnaast dringt het klimaatprobleem zich sterk op. Vele
landen worstelen met hun verplichtingen om de uitstoot van CO2 terug te
dringen.
Ook Finland heeft het daar moeilijk mee. Het
land slaagde er niet in om zijn Kyotodoelstellingen waar te maken.
Tegen 2020 moet het zijn aandeel hernieuwbare energie in de totale
stroomproductie opkrikken van bijna 30 procent naar 38 procent. Een
zware dobber, zeker nu het land beslist heeft om het aandeel nucleaire
stroom te verhogen tot 35 procent. "Tegen 2020 moet het mogelijk zijn
om windenergie goedkoper te produceren dan energie uit conventionele
bronnen", zegt Martens.
"Finland dreigt de boot van de goedkopere hernieuwbare energiebronnen
te missen als het zich nu voor zestig jaar vastzet in nieuwe
kerncentrales."
Robert Leclère, voorzitter van het
Nucleair Forum, verwacht dat het wel goed komt met kernenergie. "De
prijs voor stroom is vandaag laag als gevolg van de recessie. De vraag
of kernenergie wel competitief is, zul je op lange termijn moeten
bekijken." Ook Poncelet heeft er alle vertrouwen in. "Voor Areva is de
renaissance van de kernenergie al begonnen. We zijn inmiddels ook
begonnen met de bouw van vier nieuwe centrales van de derde generatie
in Frankrijk en China. We gaan ervoor." Maar echt overtuigend klinkt
dat niet.
|