|
Vlaanderen legt best zelf geld op tafel voor de verbinding van de geplande windmolenparken voor onze kust met het vasteland. Het gaat om een miljoeneninvestering1 waar in het huidige financiële klimaat moeilijk middelen voor te vinden zijn en die dus voor een deel door Vlaanderen geprefinancierd zou kunnen worden. Vlaams vice-ministerpresident Frank Vandenbroucke (sp.a) en Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Martens (sp.a) willen niet dat nog meer tijd verloren gaat door te wachten op een beslissing over de middelen van het federale Synatom-fonds.
Vandenbroucke en Martens: "Nu in heel Europa de ontwikkeling van windenergie een steile vlucht neemt, dreigen we de boot te missen. Dat mag niet gebeuren. Om ecologische redenen, uiteraard, maar ook uit economisch perspectief (dit is een sector van de toekomst) en qua tewerkstelling. Vandaag werken al 2000 mensen in de Belgische windenergiesector, maar met meer ambitie en ondersteuning kan dit groeien tot 25.000. Vlaanderen heeft zich via het Pact 2020 geëngageerd om fors te investeren in de uitbouw van slimme energienetwerken. Wel, hier dient zich een uitgelezen kans aan om de daad bij het woord te voegen".
"België zakt in de rangschikking van landen die investeren in windenergie", meldt De Standaard vandaag. Dat heeft vooral te maken met aanslepende vergunningsprocedures en met de zoektocht naar middelen om de aansluiting van de windmolens op zee te financieren. Vandenbroucke en Martens wijzen erop dat deze legislatuur op Vlaams niveau al heel wat maatregelen werden genomen om windenergie de wind in de zeilen te geven. Zo werden de voorwaarden op vlak van ruimtelijke ordening voor windmolens versoepeld en kregen investeerders een gegarandeerde minimumprijs voor hun groene stroom. In het nieuwe decreet op de ruimtelijke ordening - dat nu voorligt in het Vlaams parlement - worden de voorwaarden voor de plaatsing van windmolens in landbouwgebied verder versoepeld. De beoordeling van de landschappelijk inpasbaarheid en de hinder voor de omgeving vinden voortaan enkel plaats in het kader van de stedenbouwkundige en milieuvergunning. Zo moet niet langer drie maal een openbaar onderzoek en beoordeling plaatsvinden rond hetzelfde project.
Vandenbroucke en Martens willen dat de Vlaamse regering zo snel mogelijk het "groene stroom regime" vastlegt voor de periode na 2010. Immers, in de huidige wetgeving werden slechts doelstellingen tot 2010 vastgelegd. Investeerders blijven daarom nog teveel in het ongewisse over de marktomgeving na die periode. Een stabiel investeringsklimaat is dé belangrijkste voorwaarde om ook in de toekomst voldoende investeringen in hernieuwbare energie te garanderen. De Vlaamse Regering moet ook werk maken van vergunningen die nodig zijn om het hoogspanningsnet te versterken zodat de geplande off shore windturbines kunnen worden aangesloten op de rest van het hoogspanningsnet.
"Maar het is hoog tijd dat ook de federale regering werk maakt van een stabiel beleid voor de aansluiting en financiering van de offshore windparken", stelt sp.a. Vandaag moeten die allen individueel aanknopen met het hoogspanningsnet op land en is het moeilijk om daarvoor in het huidige klimaat de nodige financiering te vinden. In andere landen, zoals Duitsland, staat de hoogspanningsnetbeheerder in voor deze aansluiting, wat de bouw van windturbineparken op zee aanzienlijk minder duur en risicovol maakt.
Door de bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor de aansluiting op het hoogspanningsnet volledig bij de Belgische hoogspanningsnetbeheerder Elia te leggen zouden investeerders in windturbineparken op zee ontlast kunnen worden van deze belangrijke en risicovolle kost. Op die manier kan ook meer moderne technologie ingezet worden zoals de plaatsing van een of meerdere "stopcontacten op zee" waarop de individuele windparken kunnen aansluiten. De stopcontacten kunnen vervolgens met hoogvermogende gelijkstroomkabels (HVDC) worden aangesloten op het net aan land.
Voor de financiering van deze stopcontacten werd eerder de piste geopperd om geld uit Synatom (het fonds met de provisies voor de ontmanteling van de kerncentrales) ter beschikking te stellen. Maar de federale regering draalt bij de uitvoering hiervan. Het Comité dat de voorwaarden voor het gebruik van dit geld moet opstellen is nog maar nauwelijks samengekomen. "Als de federale overheid deze taak niet kan waarmaken, moet Vlaanderen inspringen om deze investeringen te (pre)financieren", besluiten Vandenbroucke en Martens.
1 De omvang van de investering hangt van een groot aantal factoren af: het aantal exploitanten dat gebruik wil maken van de aansluiting (er zijn in totaal 7 concessies beschikbaar), de afstand, technische moeilijkheid, geïnstalleerd vermogen, mogelijke samenwerking, ... Om de eerste exploitant (300 MW) volwaardig aan te sluiten is alvast 100 miljoen euro nodig, waarvan nu al 25 miljoen voor rekening van Elia is.
|