| Op de lange termijn hebben we allemaal kleinkinderen |
| 28/11/2008 | |
|
Opiniestuk verschenen in de Tijd op 27 november 2008 Onze reactie op de dreigende economische inzinking moet niet alleen snel, krachtig en Europees gecoördineerd zijn, om geloofwaardig te zijn moet ze ook passen met doelen op lange termijn. Nu toegeven aan de verleiding om langetermijndoelen naar het achterplan te schuiven, zou fataal fout zijn: niet alleen sociaal en ecologisch maar ook economisch. Men kan het vertrouwen op korte termijn niet herstellen als er sociale onzekerheid op lange termijn ontstaat. Het vermogen van de federale overheid om in de toekomst fatsoenlijke pensioenen uit te betalen is daarin cruciaal. De tijdelijke budgettaire impact van een recessie is aanvaardbaar, maar dat mag geen excuus zijn om federaal structurele tekorten te laten groeien. Een structureel federaal tekort stimuleert de economie niet omdat het de onzekerheid van de consumenten - die ook nadenken over hun pensioentoekomst - veeleer vergroot dan vermindert. Dat wil niet zeggen dat federaal geen beleid nodig is ten aanzien van de economische crisis, integendeel, maar ambitieuze budgettaire expansie is niet aan de orde. Uitzondering daarop zijn de mogelijkheden die misschien bestaan bij de NMBS om bijvoorbeeld het GEN-project te versnellen, of het gebruik van Synatom-geld om bij te dragen tot de aanleg van een offshore-elektriciteitsnet.MotorGelukkig kan de Vlaamse overheid wèl een investeringsmotor zijn door private investeringen aan te moedigen en zelf te investeren. Ze kan ook op andere domeinen het vertrouwen ondersteunen. Door mensen die hun job verliezen snel op weg te zetten naar een nieuwe job. Door huizenbouwers en -kopers een verzekering aan te bieden tegen plots inkomensverlies. Als je alles optelt, ook middelen die beschikbaar komen voor participaties en waarborgen, komt het pakket dat de Vlaamse regering op 14 november goedkeurde overeen met 0,4 procent van het Vlaamse bruto binnenlands product. Als je de extra jobkorting meetelt gaat het om 0,5 procent van het Vlaamse bruto binnenlands product. Daarmee zette de Vlaamse regering alvast snel een stap in de richting van de 1,2 procent die de Europese Commissie gisteren voorstelde als streefdoel voor nationale inspanningen. De kracht van het Vlaamse pakket zal nu afhangen van de mate waarin de 'taskforce investeringen' er bijkomend in slagen knelpunten in de uitvoering van investeringsprogramma's te elimineren, waar mogelijk projecten te versnellen, en zinvolle prioriteiten voor de toekomst te identificeren. De Vlaamse maatregelen kunnen op die manier beantwoorden aan de noodzakelijke verzoening van korte en lange termijn. We geven boodschappen die op het eerste gezicht - te midden van onheilstijdingen over personeelsinkrimpingen - zelfs wat tegendraads zijn. Zo investeren we extra in de aanwerving van 50-plussers met een forse versterkte premie. En de VDAB begint oudere werkzoekenden systematisch te begeleiden. Wat geldt voor de arbeidsmarkt, geldt voor de ecologische uitdaging. De daling van de olieprijzen zou begrepen kunnen worden als een signaal om energiebesparende maatregelen in de huishoudens, het verkeer, de openbare gebouwen en de bedrijven uit te stellen. Dat zou bijzonder kortzichtig zijn. De daling van de olieprijzen is immers een rechtstreeks gevolg van de recessie, en kan weer omkeren als de economie herneemt. En vooral, de klimaatuitdaging blijft wat ze is. Gezien de Vlaamse legislatuur op haar einde loopt, zijn we vandaag vooral gericht op de versnelling en de versterking van projecten die voorliggen. Intussen is echter beleidsvoorbereiding nodig met het zicht op de volgende legislatuur en de langere termijn. Na 2009 is zowel kwantitatief als kwalitatief een versterking nodig van die investeringsinspanning. Laat ons alvast verder vooruit kijken. Een voluntaristisch investeringsbeleid kan bijdragen tot een transitie van onze oude, olie- en grondstofintensieve 'ontginningseconomie' naar een duurzame en innoverende 'kringloopeconomie'. Slim netwerkVoor Vlaanderen betekent dat bijvoorbeeld een aanpassing van onze energie- en verkeersinfrastructuur zodat die de energie- en transportstromen efficiënter kan sturen. Telematica, systemen voor verkeersbegeleiding, voorstadsnetten en voorzieningen voor intermodaliteit moeten zorgen voor betere doorstroming en minder brandstofverbruik. Een investeringsplan in de energie van de toekomst moet ons beschermen tegen nieuwe pieken in de olieprijs en de overgang maken naar een koolstofarme economie. Ons elektriciteitsnet moet een 'internetstructuur' krijgen zodat de gebruikers niet alleen energie kunnen afnemen, maar ze ook kunnen leveren. In een slim netwerk zullen gezinnen en bedrijven grotendeels zelf hun stroom en warmte produceren en via het net overschotten en tekorten uitwisselen. 'Slimme meters' moeten straks slimme toestellen kunnen sturen zodat ze op momenten van een vraagpiek energie opwekken (warmtekrachtinstallaties) en in dalperiodes stroom afnemen (wasmachines, diepvriezers, inplugbare wagens). Dat garandeert een netevenwicht met veel minder reservecapaciteit. De Vlaamse regering kan de netwerkbeheerders ondersteunen in een eerste implementatie op grote schaal van deze nieuwe technologie. Ten slotte kan de regering de investeringen in energiezuinige woningen en gebouwen verder opdrijven. Isolatie blijft op dit moment de meest goedkope en meest effectieve maatregel en investeringen vertalen zich op zeer korte termijn in jobs. Met investeringen in slimme netwerken sluit Vlaanderen aan bij het ambitieuze energie- en klimaatpakket van de Europese Unie. Dat 20/20/20-plan (broeikasgassen met 20 procent verminderen, de energievraag met 20 procent terugdringen en een aandeel van 20 procent hernieuwbare energie) creëert een afzetmarkt voor hernieuwbare energie en nieuwe energiezuinige toestellen, wagens en gebouwen. Stopcontact op zeeOp Europees vlak moet worden geïnvesteerd in trans-Europese energienetwerken die de integratie van grootschalige hernieuwbare energie mogelijk maken. De aanleg van een hoogspannings- net op de bodem van de Noordzee kan de offshorewindmolenparken verbinden met de Scandinavische waterkrachtcentrales. Zo zou één gigantische elektriciteitscentrale ontstaan waaruit stabiele hernieuwbare elektriciteit afgenomen wordt en waarbij de Scandinavische waterkrachtcentrales zorgen voor back-up in windstille periodes en opslag bij overaanbod van windstroom. België en Vlaanderen kunnen daar ook een rol in spelen. Het federale Synatom kan middelen ter beschikking stellen aan Elia voor de aanleg van een offshorenet en een 'stopcontact' op zee waarop de windparken voor onze kust aansluiten. Investeren in een koolstofarme economie voorkomt een veel hogere factuur op lange termijn en vermindert onze afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen. Die afhankelijkheid leidde samen met de stijgende prijzen tot een gigantische cashflow uit Europa naar de olieproducerende landen. Een ambitieus Europees energiebeleid kost uiteraard ook veel, maar het zijn miljarden die in de Europese economie worden geïnvesteerd en die Europese bedrijven producten laten ontwikkelen waarvoor exportmarkten kunnen open gaan. Keynes pleitte voor stabilisatiebeleid op korte termijn met de gevleugelde woorden 'in the long run we are all dead'. Dat we op lange termijn allemaal dood zijn, is juist maar mag ons niet beletten een beleid te voeren met het oog op de lange termijn. Sterker, een krachtig antwoord op de conjuncturele crisis moét sporen met een duurzame ombouw van de economie. Op de lange termijn hebben we allemaal kleinkinderen. Het belang van onze kleinkinderen is de beste stimulans voor economie en werkgelegenheid vandaag. -- Frank Vandenbroucke (sp.a) is viceminister-president en minister van Werk, Onderwijs en Vorming in de Vlaamse regering. Bart Martens (sp.a) is Vlaams parlementslid en Gemeenschapssenator. |