|
"Door in een vroeg stadium van de besluitvorming – bij de probleemverkenning –
heel breed te gaan en de creativiteit van de samenleving te gebruiken om
alternatieve oplossingsrichtingen in beeld te krijgen en de belangen van alle
betrokken actoren helder te formuleren, krijg je betere besluiten die beter
onderbouwd en breder gedragen worden. Liever deze inspraak aan de voorkant dan
de inflatie van inspraak achteraf (rond de sectorale uitvoeringsplannen en
vergunningen). Uiteraard moet dat breed participatie- en verkenningsproces in de
beginfase gevoed worden door een goed onderbouwde strategische
effectenbeoordeling (onder de vorm van een maatschappelijke kostenbaten analyse)
om inzicht te verschaffen over de maatschappelijke impact van de verschillende
opties en hun nut en noodzaak. Dit om te voorkomen dat inzichtloze inspraak
leidt tot uitzichtloze uitspraken.” Dat is volgens Bart Martens de essentie van het werk dat de afgelopen weken werd verricht in de ad hoc Commissie Versnelling
Maatschappelijk Belangrijke Investeringsprojecten in het Vlaams Parlement.
De Commissie Versnelling Maatschappelijk
Belangrijke Investeringsprojecten van het Vlaams Parlement heeft op haar
vergadering van 25 februari 2010 haar eindrapport "Sneller door
Beter" goedgekeurd.
De opdracht van deze tijdelijke parlementaire
commissie bestond erin de oorzaken van de vertraging in
de uitvoering van investeringsprojecten te onderzoeken en op basis daarvan
aanbevelingen te formuleren die zouden bijdragen tot een versnelling van de
besluitvorming, de planning en de uitvoering van die projecten.
De commissie organiseerde een tiental
hoorzittingen waarin naast binnen-en buitenlandse experten ook de belangrijkste
actoren werden gehoord (de Vlaamse administratie, het maatschappelijk
middenveld, bouwsector en studiebureaus, steden en gemeenten). Daarnaast kwamen
ook het Rekenhof en de Raad van State aan bod.
Op basis van die hoorzittingen werd het
eindrapport opgesteld. In dat rapport wordt een overzicht gegeven van de knelpunten die aanleiding
geven tot vertraging van de uitvoering van investeringsprojecten met daarnaast
de aanbevelingen om die knelpunten weg te werken. Het gaat daarbij om
aanbevelingen die op korte, middellange of lange termijn kunnen worden
geïmplementeerd.
Er wordt veel verwacht van het versnellend
effect van een ingrijpende kwaliteitsverbetering van de processen. Vandaar dat het rapport de titel "Sneller door Beter" heeft
meegekregen. Ook de resolutie die op woensdag 3 maart aan het Vlaams Parlement
wordt voorgelegd kreeg dat opschrift.
Een aantal onderdelen van het geheel van
aanbevelingen verdienen een bijzondere aandacht:
1. Er wordt gepleit voor een verbetering van de
interdepartementale samenwerking en coördinatie binnen de Vlaamse overheid. De resolutie
stelt voor een interdepartementale werkgroep op te richten die op korte tijd
voorstellen zou formuleren voor betere samenwerking en coördinatie, maar ook
voor vereenvoudiging van administratieve procedures. Hiermee sporen voorstellen
als de organisatie van een uniek geo-loket en het principe van de aanstelling
van een coördinerende procesmanager bij grote projecten.
2. Maatschappelijk betrokkenen (middenveld,
bedrijven, maar ook burgers) moeten actief worden betrokken in de
verkenningsfase van grote projecten. In die verkenningsfase moeten
verschillende opties en alternatieven in beeld blijven, tot die fase is
afgesloten. Op die manier kunnen instellingen, organisaties en burgers, die bij
het project een belang hebben, actief meezoeken naar alternatieven en
oplossingen, vooraleer de definitieve beslissing door het beleid wordt genomen.
Daarna moet tijdens het verdere verloop van het proces een echt
belanghebbendenmanagement worden georganiseerd met de nadruk op een
voortdurende open en laagdrempelige communicatie over de voortgang van het
project.
3. De procedures, die voor een groot deel door
Europese regelgeving worden gestuurd, met name vooral de gehele
MER-procedureregeling kunnen door allerlei ingrepen sterk worden vereenvoudigd.
De aanbevelingen spreken in dat verband bijvoorbeeld van de beperking van de
omvang van een MER tot een document van maximaal 100 bladzijden.
4. Het is noodzakelijk dat op de diverse
bestuursniveaus (Vlaams, provinciaal, gemeentelijk) gewerkt wordt aan het
opbouwen en versterken van kennis op het vlak van financiering en
risico-management van grote projecten. Zo wordt voorgesteld van het reeds
bestaande Vlaamse kennis centrum Publiek-Private Samenwerking een
dienstverlenende organisatie voor die bestuursniveaus te maken door het
kenniscentrum om te vormen tot een dienstencentrum PPS.
5. Het element rechtszekerheid speelt een grote
rol in de snelheid waarmee projecten tot een goed einde kunnen worden gebracht.
Het uitbouwen van instrumenten van arbitrage kan een goed alternatief zijn om
conflicten te ontmijnen, waardoor lange procedures bij de Raad van State kunnen
worden vermeden. De werking van de Raad van State zelf kan worden verbeterd
door dit hoge rechtscollege mogelijkheden te geven om het algemeen belang
tegenover het particulier belang af te wegen.
Ook de invoering van wat in Nederland de "bestuurlijke lus"
wordt genoemd verdient aanbeveling.
6. Een aantal aanbevelingen handelen over
ingrepen die op het federale niveau zouden moeten gebeuren. Ingrepen op de werking
van de Raad van State is er daar een van. Daarnaast is een verbetering van de
onteigeningswetgeving nodig en moet de fiscale behandeling van
overheidsprojecten. In het kader van het samenwerkingsfederalisme moet over
deze ingrepen worden onderhandeld tussen Vlaanderen en het federale niveau.
7. Tenslotte geeft ook het Vlaams Parlement
zichzelf een meer centrale rol in het geheel. Het parlement moet zich opwerpen
als het maatschappelijk forum waar de
grote strategische lijnen voor de structuurplanning en de mobiliteitsplanning
worden besproken en vastgelegd. Het Vlaams Parlement speelt daarnaast zijn
controlerende rol als plaats waar rapportage over en monitoring van grote
infrastructuurprojecten worden opgevolgd.
De Commissie is van oordeel dat de implementatie
van dit geheel van aanbevelingen zal leiden tot een ingrijpende versnelling in
de uitvoering van maatschappelijk belangrijke investeringsprojecten. De
resolutie vraagt dat ook aan de Vlaamse Regering deze aanbevelingen te
implementeren en daarover jaarlijks aan het Vlaams Parlement te rapporteren.
|