|
Door een
aanpassing van het bosdecreet geven de Vlaamse volksvertegenwoordigers
Bart Martens en Joris Vandenbroucke de lokale besturen meer
mogelijkheden voor de aanleg van bossen. De gemeenten en provincies
kunnen zelf middelen uit het boscompensatiefonds aanwenden voor de
aankoop en aanleg van bossen in gebieden die zij daar zelf voor
bestemmen. De activering van middelen uit dit "slapend" fonds is een
belangrijke stap vooruit in het behoud en de verdere ontwikkeling van
ons bosareaal.
Bekijk het nieuwsbericht verschenen op ATV
Het bosareaal in Vlaanderen is er berooid aan toe. Het bosdecreet
voorziet wel in een compensatieplicht - door nieuwe bebossing in
natura of door het storten van middelen in het boscompensatiefonds -
maar van echte compenserende bebossing komt vaak weinig in huis. Bart
Martens : " Voor bebossingen in natura is het moeilijk om de juiste
terreinen te vinden. En het boscompensatiefonds blijft maar aanzwellen,
omdat het geld niet uitgegeven wordt. Vandaag ontbreken immers de
nodige gebieden die als bosgebied of bosuitbreidingsgebied bestemd
zijn. Bovendien mag enkel het Vlaams gewest de middelen uit het fonds
aanwenden voor bebossingen. Ondertussen zit circa 15 miljoen euro in
het fonds te slapen en gebeurt er niets op het terrein."
Bart Martens en Joris Vandenbroucke willen dat geld sneller en
efficiënter aanwenden door het ter beschikking te stellen aan de lokale
besturen. Door het amendement van Martens en Vandenbroucke op het
Bosdecreet kunnen aan lokale besturen (gemeenten, provincies, OCMW's,
kerkfabrieken, ... ) die een openbaar bos bezitten of willen aanleggen,
aankoopsubsidies verleend worden. Voorwaarde is wel dat de uitbreiding
of ontwikkeling uitgevoerd wordt op gronden die daartoe bestemd zijn op
het gewestplan of die daartoe bestemd worden via de ruimtelijke
uitvoeringsplannen. De middelen voor die subsidie kunnen komen uit het
boscompensatiefonds.
"Wij beschouwen de gemeenten en provincies als partners om de
doelstelling van 10 000 hectare extra bos in Vlaanderen waar te maken",
legt Martens uit, "om ze aan te moedigen geven we hen rechtstreeks
toegang tot de middelen uit het boscompensatiefonds."Het feit dat nu
ook lokale besturen middelen uit het boscompensatiefonds kunnen
gebruiken voor verwerving van gronden in zones die ze via provinciale
of gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) als bosgebied
willen bestemmen, betekent een belangrijke stimulans voor de opmaak van
nieuwe RUP's en de "activering" van de slapende middelen uit het
compensatiefonds.
Tot op heden waren lokale besturen immers beperkt in hun
mogelijkheden. De bestaande subsidies van de Vlaamse overheid voor
aankoop van gronden voor het behoud of de aanleg van natuur, bos of
park zijn geplafonneerd per gemeente via projectenveloppes. Ook via
samenwerkingsverbanden binnen een landinrichtingsproject zijn er
vandaag al mogelijkheden voor de gesubsidieerde aankoop van gronden
voor bebossing, maar de procedure is lang en complex.
Het amendement van Martens en Vandenbroucke maakt ook komaf met
scheeftrekkingen tussen de provincies. Vandenbroucke : "De provincies
Limburg en Antwerpen klagen vandaag omdat zij in hoofdzaak dit fonds
spijzen en er in verhouding weinig uithalen. Ze kunnen nu zelf hun
verantwoordelijkheid opnemen en ervoor zorgen dat de middelen die de
eigen ontbossende burgers of bedrijven ophoesten, terug in de eigen
regio worden geïnvesteerd om de bosoppervlakte op peil te houden en uit
te breiden."
Het voorstel van Martens en Vandenbroucke werd
inmiddels goedgekeurd in deplenaire zitting van het Vlaams Parlement. "We verwachten dat de
lokale besturen dit nieuwe initiatief positief zullen onthalen en er
gretig gebruik zullen van maken", besluiten de twee
Volksvertegenwoordigers.
|